Lesbrief bij de les: Rare beesten!

Lesbrief - Rare beesten

Introductie

In deze lesbrief vindt u voorbereidings- en verwerkingsmateriaal voor op school bij de les ‘Rare Beesten’ voor groep 5 en 6.

Opgezette dieren, eng of niet? Vind jij de opgezette dieren in het Museon eng? In de natuur worden de meeste dode dieren opgegeten, al blijven sommige dieren of delen ervan per ongeluk bewaard, zoals botten van dinosaurussen.

Soms wil je dode dieren en planten juist expres bewaren. Bijvoorbeeld om te gebruiken als leer voor schoenen of voor een verentooi of om te gebruiken als voedsel dat je dan later kan opeten, zoals aardbeienjam.

We gaan het in deze museumles hebben over de vele verschillende manieren om dieren en planten te bewaren. En natuurlijk wordt daarbij ook het geheim van het prepareren onthuld. Daarna gaan de leerlingen met een opdrachtformulier een deel van de tentoonstelling in en kunnen zij met de opgedane kennis ontdekken op welke wijze verschillende dieren en planten daar bewaard worden.

Voorbereiding

In het Museon krijgen de leerlingen veel opgezette dieren te zien. Ze hebben ooit geleefd en lijken echt, maar zijn ze het ook? Welke onderdelen van de opgezette dieren zijn echt en welke nep? Daar gaan we het in het Museon over hebben.

Onderwerpen die voorafgaand aan het bezoek aan het Museon besproken zouden kunnen worden:

  • Heb je weleens een dood dier gezien of gevonden? Zo ja, wat voor dier was het? Vond je het eng?
  • Wat blijft er uiteindelijk over als dieren dood gaan? Denk aan: botten, schelpen, slakkenhuisjes, fossielen.
  • Ben je weleens in het Museon geweest? Waren de dieren die je daar zag volgens jou ‘echt’ of ‘nep’? Waarom vind je dat?
  • Wanneer noemen we iets echt of nep? Zijn schoenen en kledingstukken van leer echt? Zijn gedroogde bonen echt? Hoe weet je of zie je dat iets echt is?

 

In het Museon

Aan het begin van de les wordt de leerlingen gevraagd verschillende voorwerpen, zoals fossielen, barnsteen, gedroogde dieren en vachten die in het Museon worden bewaard, goed te bekijken. Ze mogen de voorwerpen ook oppakken en er aan voelen en ruiken. Soms weten ze precies wat ze in handen hebben, bij andere voorwerpen is dat niet direct duidelijk. Er komen heel veel vragen.

In een nabespreking worden hun vragen beantwoord en komen ze te weten wat ze hebben gezien en hoe en waarom die voorwerpen bewaard worden. Ook leren ze een aantal, dagelijkse of juist bijzondere, manieren van bewaren van dieren en planten kennen. Natuurlijk krijgen ze te horen wat er precies gebeurt als je een dier wilt preparen en opzetten.

Met deze kennis gaan de leerlingen vervolgens zelfstandig in 3 gebiedsdelen van het Museon op onderzoek en ontdekken ze hoe de dieren en planten daar worden bewaard. Ze krijgen opdrachtformulieren mee, waarop ze hun bevindingen kunnen aankruisen. Na terugkomst in de leszaal worden die met elkaar besproken.

Voor ze weer terug gaan naar school krijgen de leerlingen nog de gelegenheid enkele opgezette dieren aan te raken die ze normaal gesproken nooit zouden kunnen aaien.

Tijdens de les mogen er foto’s (zonder flitslicht) worden gemaakt.

Verwerking

Leuk om na de les nog even naar te kijken

Kort interview waarin diverse fases van het opzetten van dieren te zien zijn:

Filmpje zonder tekst, waarin een model van een olifant wordt bekleed met echte olifantshuid:

Naar aanleiding van de les zijn er diverse activiteiten mogelijk:

  • Maak een dierenboek met de hele klas! Elk dier heeft wel een eigenschappen of kenmerken die heel uniek of bijzonder zijn. Laat leerlingen informatie verzamelen over een dier, bijvoorbeeld van een dier dat ze in het Museon hebben gezien. De dodo is natuurlijk heel bijzonder, maar zeker niet de enige. Laat ze er een A4 of A5 poster over maken met tekeningen, tekst en plaatjes. Bind alle posters in  een mooie map of bespreek met de leerlingen hun dier en het bijzondere ervan in een kringgesprek.
  • Maak met de klas een vondstentafel! Vroeger stelden mensen hun vondsten ook ten toon in een zogenaamd Rariteitenkabinet. De vondstentafel is dus goed te vergelijken met zo’n rariteitenkabinet. Op het strand zijn schelpen en heel soms ook wel fossielen te vinden. In het bos vind je gedroogde zaden. Vraag de leerlingen natuurvondsten te verzamelen die niet heel snel vergaan. Dat kan het hele jaar doorgaan. Zo wordt de vondstentafel steeds mooier en uitgebreider. Op briefjes bij de vondsten kunnen de leerlingen leuke wetenswaardigheden over het voorwerp, de vindplaats of wat ze er zo mooi of leuk aan vinden, schrijven.
  • Lekker op een mooie dag buiten dieren zoeken en hun naam opzoeken. Er  zijn eenvoudige en goede determinatiekaarten bij het IVN verkrijgbaar van allerlei soorten dieren of diersporen.
  • Breng bloemen in je werkstuk! Bladeren en bloemen kan je drogen en bewaren. Maak met z’n allen een herbarium, of ieder voor zich een mooi droogbloemenschilderijtje of een collage waar ook echte, maar gedroogde, bloemen en bladeren in zitten. 
Naar boven