Lesbrief bij de les: Kriebelbeestjes

Lesbrief - Kriebelbeestjes

Introductie

Wouter kabouter

De handpop Wouter kabouter en de kriebelbeestjes die in zijn muts gekropen zijn. Foto: Museon

Wouter de tuinkabouter is even op bezoek in het Museon. Hij is verlegen en vindt kinderen een beetje spannend. Met een mooie rode kaboutermuts op de hoofden van de leerlingen durft Wouter zich vast te laten zien! Ze lijken wel tuinkabouters!

Opeens voelt Wouter het kriebelen op zijn hoofd! Er zijn vannacht allemaal kriebelbeestjes in zijn muts gekropen. Ze moeten terug naar de tuin, want in Wouters muts kunnen ze niet blijven. Wat zijn het voor dieren? Hoe zien ze eruit? Waar wonen ze?

Met modellen en echte kriebelbeestjes, zoals duizendpoten, vliegen en lieveheersbeestjes ontdekken de leerlingen spelenderwijs welke kleine dieren er in de directe omgeving te vinden zijn. Lukt het de leerlingen om de kriebelbeestjes te sorteren en naar ‘huis’ te brengen? 

Voorbereiding

De magneettuin laat de verborgen plekjes zien waar kriebelbeestjes zich verstoppen. Foto: Museon

In deze lesbrief vindt u voorbereidings- en verwerkingsmateriaal voor op school bij de les 'Kriebelbeestjes' voor groep 1 en 2.

Maak eens een wandeling!

Bekijk het filmpje om te zien hoe Flip de Beer op zoek gaat naar kriebelbeestjes.

Een tuin zonder kriebelbeestjes? Dat bestaat eigenlijk niet! Als voorbereiding kunt u een wandeling met de kinderen over het schoolplein maken, want zelfs daar wonen meer kriebelbeestjes dan je zou denken! Til maar eens een steen op, of bekijk samen wat planten of zoek voorzichtig naar de spin bij het web. In de winter vind je niet veel kriebelbeestjes, maar in het voorjaar, de zomer en de herfst zijn er meer dan genoeg kriebelbeestjes te vinden. Neem vergrootglazen en potjes mee!

Welke kriebelbeestjes zijn er?

Voor de docent staan hieronder in de fotogalerij de kriebelbeestjes die aan de orde kunnen komen tijdens de les, afhankelijk van interesse en niveau van de leerlingen. In ieder geval komen deze kriebelbeestjes aan de orde: de spin, het lieveheersbeestje, de mier, de rups en de vlinder, de vlieg, de slak, de worm en de bij. 

Extra (om voor te bereiden):

  • Omdat kleuters wat extra hulp kunnen gebruiken, mogen er één of twee begeleiders extra mee in de bus.

  • Neem uw fototoestel mee om van al die kabouters een foto te maken!

Zweefvlieg

Zweefvlieg

Zweefvlieg die op een wesp lijkt:

  • hij doet alleen maar een wesp na zodat hij niet zo snel wordt opgegeten door vogels, dus niet bang zijn: hij is ongevaarlijk en kan niet steken

  • bijen en wespen hangen nooit stil in de lucht, dat kan deze zweefvlieg wel, net een helikoptertje

  • hij vliegt in rechte lijnen

  • hij eet nectar (vegetariër)

| Foto: Wikimedia CC File:Hoverfly_flying_midair.jpg

Uiterlijke verschillen tussen de bij, hommel en wesp

Bijen en hommels   

Hommels behoren tot de familie van de bijen. Er zijn 250 soorten hommels in de wereld, waarvan er 29 soorten in Nederland leven. Ze worden in hun bestaan bedreigd. Evenals de bijen.

Over de hele wereld zijn in totaal 20.000 bijensoorten bekend. 358 van deze soorten komen in Nederland voor. Van de 358 soorten zijn er 109 met uitsterven bedreigd.

Hommels en de door de mens gehouden honingbij (= geen wilde bij) leven in volken en dragen gezamenlijk zorg voor het nageslacht. De overige wilde bijen leven solitair (alleen). Zij bouwen voor zichzelf een nestje op allerlei plekken en manieren. Veel soorten graven holletjes in de grond. Andere bijen vestigen zich liever in bestaande gangetjes, bijvoorbeeld in holle plantenstengels, of gangetjes die door kevers zijn uitgeknaagd in dood hout. Je kunt bijen zelf een handje helpen door bijvoorbeeld een tegel uit de tuin te halen, of tuinafval zoals stengels en hout te laten liggen. Zo hebben bijen voldoende huisvesting! (bron: www.nederlandzoemt.nl).

  • behaard (zodat ze kunnen overwinteren)

  • koningin en werksters overwinteren, bij de hommel alleen de koningin

  • vegetariërs (alleen pollen en nectar (honing))

  • ze leggen een voedselvoorraad aan om te overwinteren

  • vrouwtjes hebben borsteltjes aan poten om de pollen aan te plakken en mee te nemen, mannetjes hebben dit niet

  • vrouwtjes kunnen steken maar zullen dit niet snel doen, want dan gaan zij dood

  • mannetjes kunnen niet steken (je kunt ze ook herkennen aan een iets langer achterlijk)

 Wespen

  • kaal (ze sterven in de herfst)

  • vleeseters (muggen, vliegen en rupsen) en soms nectar voor de larven en voor zichzelf, ze leggen geen voedselvoorraad aan

  • ze overwinteren niet, ze sterven en alleen jonge koninginnen overwinteren

  • wespentaille (grote inham tussen het borststuk en achterlijf)

  • felgeel (waarschuwingskleur) en zwart

  • kunnen meerdere keren steken zonder dood te gaan

In het Museon

Als de leerlingen in het Museon aankomen, ontdekken ze dat er een kabouter op ze wacht. Hij heet Wouter de tuinkabouter, maar hij is wat verlegen. Pas als de leerlingen zelf op kabouters lijken (met een mooie rode puntmuts) durft Wouter tevoorschijn te komen.

Dan vertelt hij dat kriebel heeft op zijn hoofd! Eén voor één komen er kriebelbeestjes uit zijn muts: een worm, een mier, een vlinder etc. Ze moeten terug naar huis, want in Wouters muts kunnen ze niet blijven. Maar wat zijn het voor dieren? En waar wonen ze eigenlijk?

Met modellen en echte kriebelbeestjes, zoals duizendpoten, vliegen en lieveheersbeestjes ontdekken de leerlingen spelenderwijs welke kleine dieren er in de tuin te vinden zijn, hoe ze eruit zien en waar ze precies wonen.

De leerlingen gaan in twee groepen aan de slag. De eerste groep maakt een prachtige tuin op een groot magneetbord en creërt zo plekjes voor de kriebelbeestjes in de tuin. De tweede groep bekijkt echte kriebelbeestjes van dichtbij en gaat op een eenvoudige manier determineren. Zo ontdekken ze dat er kriebelbeestjes zijn met poten en beestjes met zowel poten als vleugels.

Aan het eind van de les beloofd Wouter dat hij de kriebelbeestjes zal terugbrengen naar hun woonomgeving.

Extra

  • Omdat kleuters wat extra hulp kunnen gebruiken, mogen er één of twee begeleiders extra mee in de bus.

  • Neem uw fototoestel mee om van al die kabouters een foto te maken!

Verwerking

Mieren verven

Stap 1

Laat de leerlingen met zwarte verf rijtjes van 3 stippen maken op papier. Dit kan met een kwast of met een vinger. Drie stippen moeten elkaar raken. Het hele vel mag vol! 

Stap 2

Als de verf droog is, kunnen de leerlingen met stift de pootjes van de mieren tekenen. Drie aan elke kant, vanuit het middelste stipje, afhankelijk van hun motoriek. Vergeet ook de twee voelsprietjes aan de voorkant niet!

Stap 3

Het resultaat! Een blad vol met mieren. Om het helemaal af te maken kunt u de leerlingen er ook nog grassprietjes en bloemen bij laten tekenen.

Thumbnail     Thumbnail     Thumbnail

Pissebed in de klas

Een pissebed is gemakkelijk om in de klas te houden. Ze hebben niet veel nodig, maar de bak moet wel vochtig blijven en er moet voldoende te eten zijn.

Thumbnail

Hoe te maken

Verzamel een aantal pissebedden. Doe in de curverbak een laagje tuinaarde van 10 cm. Als u dit mengt met wat turf dan blijft de grond vochtiger en hoef je minder te sproeien. Leg hierover wat dode bladeren. De pissebedden eten hiervan, maar ze dienen ook als verstopplek. Leg er verder wat platte stenen, stukjes bloemput en/of kurk in. Hier kruipen ze onder, waardoor je ze makkelijk terug kunt vinden. Verwarming is niet nodig, een deksel trouwens ook niet. Ze kunnen namelijk niet tegen de gladde kanten omhoog kruipen.

Verzorging

Houd de bodem vochtig (niet nat!) met een plantensproeier. Als de bak te droog is gaan de pissebedden heel snel dood.

Voedsel

Pissebedden eten alles wat plantaardig is, bijvoorbeeld wat dode bladeren en een stuk aardappel. Ook kunt u afwisselen met wat appel, wortel of andijvie.

Benodigdheden voor huis van de pissenbed

  • curverbak (45 x 25 cm)
  • tuinaarde
  • eventueel turf
  • dode bladeren
  • platte stenen
  • stukjes bloempot
  • kurk
  • plantaardig voedsel voor de pissebedden
  • plantensproeier
  • de pissebedden zelf
Ook kunnen tijdelijk bijvoorbeeld mieren of wormen in een bak gehouden worden. Verzorg de dieren met respect voor hun natuur en laat ze weer vrij samen met de leerlingen, om het respect voor het leven aan te leren. 
Naar boven