Gekraakt in de diepte
Meer en meer materiaal hoopt zich op en de organische laag van dode planten en dieren versteent op kilometers diepte onder hoge druk tot zwarte leisteen. De temperatuur loopt op tot rond de 100 graden Celsius. Onder hoge temperatuur en druk vallen de moleculen uiteen, ze worden 'gekraakt', tot kortere ketens, bestaand uit koolstof en waterstof. Het mengsel dat zo ontstaat is ruwe aardolie.

Olie in de val
Hoge druk perst aardolie langzaam omhoog door kleine barstjes in de steenlaag. Als de olie gevangen wordt onder een ondoordringbare zout- of leisteenlaag, spreken geologen van een olieval. Daar is mogelijk olie en aardgas te winnen.
Olie of niet?
Hoe beter de seismische techniek, des te groter de kans dat bij een proefboring ook echt olie of gas wordt aangeboord. Dat is belangrijk, want een proefboring is een kostbaar en moeizaam karwei. Zeker als de boring op zee plaatsvindt. Tegenwoordig is de seismische techniek zo goed, dat de kans groot is dat bij één op de twee proefboringen ook echt gas of olie gevonden wordt.

Boorkernen uit verschillende aardlagen. Door de verschillende lagen te onderzoeken kan men inschatten waar olie te vinden is.
De grond in
Het boren gebeurt met een boorkop aan het uiteinde van een lange stalen pijp. De kop graaft zichzelf met draaiende beitels de grond in. Boven de boorput komt een boortoren die nodig is om de stalen pijp, de boorstang, telkens te verlengen met nieuwe pijpen.
In zachte gesteenten gaat het boren snel. Soms wel zestig meter per uur. Maar in diepere, hardere gesteenten is het soms maar twintig centimeter per uur. En als de boorkop versleten is, moet de hele boorstang pijp voor pijp worden teruggetrokken om de kop te vervangen.
Tachtig miljoen per dag
De inhoud van een olievat (159 liter) is nog steeds de eenheidsmaat in de oliewereld. Het wereldverbruik bedraagt tachtig miljoen vaten per dag. Dat zijn ruim vijfduizend zwembaden vol. Elke dag weer.

Oude moerassen
Steenkool is net als olie en gas een fossiele brandstof. Het is niet op vroegere zeebodem ontstaan, maar in moerassige gebieden. Door samendrukken ontstaat veen en vervolgens steenkool.


