De levensverwachting van dieren hangt samen met hun grootte. Hun stofwisseling produceert warmte en die moeten ze kwijtraken. Dat is voor grotere dieren moeilijker dan voor kleine. Grote dieren hebben in verhouding met kleine dieren veel minder huid en veel meer volume dat warmte produceert. (Het volume waarin ze warmte produceren stijgt met de derde macht van hun afmetingen, de oppervlakte waarlangs ze die warmte kwijt moeten, stijgt slechts met het kwadraat van hun afmetingen.) Het gevolg is dat grotere dieren een tragere stofwisseling hebben.
De snelheid van je stofwisseling hangt niet alleen samen met je grootte en je levensduur, maar bijvoorbeeld ook met de snelheid van je hartslag, je ademritme, het percentage onverzadigd vet in je celmembranen en de snelheid waarmee je cellen informatie verwerken.


