De tentoonstelling
De tentoonstelling
Een gezonde geest
Een gezonde geest
Een gezond lichaam
Een gezond lichaam
Je voeding
Je voeding
    Het juiste maatje
    Het juiste maatje
    Eet je gezond?
    Eet je gezond?
    Eten om te zweten
    Eten om te zweten
Levensloop
Levensloop
Hart en bloedvaten
Hart en bloedvaten
Goed in je vel
Goed in je vel
Sport en beweging
Sport en beweging
extra
De juiste maat?
De juiste maat?
Bekijk afbeelding

Het juiste maatje

Ga netjes rechtop op de voetafdrukken staan. Wij meten je lengte en gewicht, en berekenen je BMI. Ben je te mager, te dik of juist goed? Hier kom je het te weten.
Naar overzicht

De Body Mass Index (BMI) is een maat voor je zwaarlijvigheid en zo voor je algemene fitheid en je risico op hart- en vaatziekten, suikerziekte, artrose van de knie, enzovoort. Je BMI is je massa (in kilogrammen), gedeeld door het kwadraat van je lengte (in meters).
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ben je als volwassene:
beneden 18,5 te mager.
tussen 18,5 en 25 zit je goed.
boven 25 heb je overgewicht
vanaf 30 wordt je overgewicht gevaarlijk voor je gezondheid, ben je te dik.
De helft van de Nederlandse mannen zit boven 25 en een derde van de Nederlandse vrouwen.
De BMI-meting werd ingevoerd door de vader van de sociale statistiek, de Belg Adolphe Quetelet (men noemt de BMI ook wel eens de Quetelet-index). Je BMI geeft een ruwe indicatie van je zwaarlijvigheid, voldoende om in het dagelijks leven mee te werken.
Op de grenzen tussen de BMI-zones zit enige marge, omdat bijvoorbeeld ook de omtrek van je taille en de samenstelling van je bloed meespelen. Verder ligt de ideale BMI voor vrouwen iets lager dan voor mannen en kloppen de grenzen niet voor bodybuilders (die wegen wel veel voor hun lengte, maar dat komt door spieren, niet door vet). Ook je ras speelt mee: voor Aziaten ligt de bovengrens al op 23.
Voor jonge kinderen in de groei is de klassieke BMI-formule niet echt te gebruiken. Bij hen is het beter om te kijken hoeveel leeftijdsgenoten van dezelfde lengte zwaarder wegen dan zij.
Bij tieners liggen de grenzen lager dan bij volwassenen. Naarmate ze ouder worden, schuiven die grenzen mee omhoog.

Naar overzicht