Geluk is niet even betrouwbaar te meten als bloeddruk. Maar als je de antwoorden van grote groepen optelt, krijg je toch een redelijk betrouwbaar antwoord. Zo blijkt overal dat alleenstaanden (gemiddeld) ongelukkiger zijn dan paren en gelovigen gelukkiger dan niet-gelovigen. Arme mensen zijn ongelukkiger, maar rijkere mensen zijn niet perse gelukkiger. Vanaf een bepaald niveau speelt geld niet meer mee: de economische rijkdom in de VS verdriedubbelde sinds 1960, maar het geluk bleef ongeveer gelijk. In democratische landen met goed onderwijs en weinig vooroordelen voelen de mensen zich het best.



