De Romeinse soldaten in ons kustgebied vulden hun dagelijkse rantsoen van graan, varkensvlees, rundvlees, kaas en ‘slechte wijn’ soms aan met luxere spijzen. Bij opgravingen in Nederland kwamen druiven-, dadel- en pijnboompitten tevoorschijn en werden onder andere de resten van granaatappels, mosselen, oesters en amandelen teruggevonden. Lang niet al deze producten kwamen in onze streken voor en moesten speciaal voor dit doel worden ingevoerd. Ook werden bij opgravingen visresten teruggevonden. Gedroogde vis werd gebruikt voor de bereiding van een speciale vissaus. Deze saus werd GARUM of LIQUAMEN genoemd en was berucht vanwege de stank. Bijna in alle Romeinse recepten wordt deze vissaus in plaats van zout gebruikt. De vissaus is het best te vergelijken met Aziatische vissaus van tegenwoordig.


