De Poolse Maria Sklodowska kwam op 23-jarige leeftijd aan in Parijs om scheikunde te studeren aan de Sorbonne universiteit. Dat betekende vier jaar armoe en vernedering, want vrouwen hoorden eigenlijk niet te studeren. Ze zouden er maar lelijk van worden, vond men.
Na haar studie trouwt ze met de natuurkundige Pierre Curie. Ze ontdekte dat sommige stoffen radioactieve straling uitzenden. Samen met haar man doet ze jarenlang onderzoek naar radioactiviteit. Met legendarisch doorzettingsvermogen zuiveren ze in vier jaar tijd uit achtduizend kilo erts één gram puur lichtgevend radium.

Pierre en Marie Curie in hun laboratorium.
In 1903 krijgt Marie Curie een Nobelprijs voor de ontdekking van radioactiviteit en acht jaar later nóg één voor de ontdekking van twee nieuwe elementen. Het verhaal gaat dat ze als extra hulde een dodelijk sieraad kreeg: een hangertje met 1 gram radium. Door blootstelling aan hoge dosis straling loopt ze leukemie op, waaraan ze in 1934 overlijdt. Dat radioactieve straling gevaarlijk kan zijn wisten de artsen toen nog niet. Haar aantekeningen zijn vandaag nog zó radioactief dat niemand ze mag aanraken.



