Bij opgravingen is de eerste vraag: wat is het? De tweede vraag is uit welke tijd komt het? Om de ouderdom van een voorwerp te bepalen gebruikt de archeoloog verschillende technieken. Soms geeft het voorwerp zelf informatie. Soms kom je iets te weten door te kijken naar andere voorwerpen in de vondstlaag. Soms wordt in de dezelfde vondstlaag bijvoorbeeld een munt of een scherf gevonden waarvan we het jaartal of de periode kunnen achterhalen. Vaak is het echter veel ingewikkelder. Bij hout kunnen de jaarringen helpen bij de datering. Bij de C14-methode wordt gekeken naar de hoeveelheid radioactiviteit die in organisch materiaal (bijvoorbeeld bot en hout) is opgeslagen. Door nieuwe technieken blijken dateringen soms wel honderden of duizenden jaren anders te zijn dan tot dan toe werd gedacht. De vraag naar de ouderdom van archeologische vondsten blijft een bron van discussie.



