Vuursteen was belangrijk materiaal voor de mensen in de prehistorie om gereedschap van te maken. Met behulp van klopstenen of geweihamers werd een scherf van een brok vuursteen afgeslagen. Zo’n scherf heeft hele scherpe randen waarmee in huiden werd gesneden. Van vuursteen kunnen verschillende gereedschappen gemaakt worden, zoals pijlen, mesjes, krabbers en schrapers. Ook andere steensoorten, zoals jaspis, waren geschikt om gereedschap van te maken.

Omdat steen zoveel gebruikt is en ook goed bewaard blijft in de grond, vinden archeologen er ontzettend veel van terug. Er is een veelheid aan verschillende vormen stenen gereedschap opgegraven en opgeraapt.
Sommige kleine scherfjes zijn met een drevel van gewei aan de randen bewerkt; zo ontstaat de zogenaamde retouche. Dit soort kleine gereedschappen kunnen natuurlijk bijna niet meer vastgehouden worden. Om ermee te werken hadden de mensen in de prehistorie de scherfjes waarschijnlijk vastgezet in houten handvaten en stelen. Al deze kleine stukjes gereedschap hadden vroeger dezelfde functie als ons huidige zakmes. Ze kunnen voor van alles en nog wat worden gebruikt.


