Nat en droog en dan weer nat in zout en zoet water. Leven met grote dagelijkse verschillen in hoog en laagwater valt niet mee. Om voort te kunnen bestaan hebben de dieren en planten van de mangrove zich aan moeten passen aan de wisselende omstandigheden. Zeedieren krijgen bij eb te maken met uitdrogingsverschijnselen en dieren en planten die van oorsprong op het land thuishoren, worden elke twaalf uur bloot gesteld aan zout zeewater. De steeds wisselende extreme omstandigheden hebben ervoor gezorgd, dat dier en plant sterke specialisaties vertonen. Er komen vrijwel geen kikkersoorten voor in de mangroven, omdat hun huid geen bescherming biedt tegen het zoute water.

Bomen met luchtwortels
Een opvallend kenmerk van mangrovebomen zijn de luchtwortels. Sommige mangrovebomen (Sonneratia) laten vanuit hun ondergrondse delen recht omhoog groeiende luchtwortels groeien (penwortels). Andere soorten (Bruguiera) laten hun ondergrondse delen knievormige uitgroeiingen boven de bodem maken. Dit levert de karakteristieke mangrovebomen met hun bovengrondse wortels. Mangroven groeien het beste op zoute slikgronden.

In de tentoonstelling: rode ibis, Eudocimus ruber. Verspreiding: tropisch Zuid-Amerika

Amerikaanse langenhalsvogel, Anhinga anhinga. Verspreiding: Midden- en Zuid-Amerika
Deze duikende visetende vogels hebben geen vet op hun veren zoals eenden en daardoor moeten ze net als onze aalscholvers na het duiken hun vleugels drogen in de wind voordat ze weg kunnen vliegen.

Ottercivetkat, Cynogale bennettii. Verspreiding: Zuidoost-Aziƫ
Een kat die in hinderlaag onder water ligt met alleen de neus en de oren erboven.



