Daar waar de platen die de oceaanbodem vormen naar twee kanten uiteenwijken, vinden we warmwaterbronnen. Deze spuiten constant heet water dat verwarmd is door het magma uit het binnenste van de aarde. Het hete water van meer dan 300 graden zit vol opgeloste mineralen. Als het door spleten in de bodem naar buiten spuit, komt het in aanraking met het ijskoude zeewater. Het gevolg is, dat de mineralen neerslaan. Zo ontstaan de zwarte schoorstenen, of Black Smokers.
In de omgeving van de schoorstenen is de temperatuur constant zo´n twintig graden. En dat maakt, samen met de rijkdom aan mineralen, dat er veel leven is: witte krabben, schelpen en talloze slakjes zonder mond, darm of maag. Kenmerkend zijn de witte kokers van soms reusachtige baardwormen die met hun felrode mond het water filteren. Deze bizarre levensgemeenschap op een diepte van meer dan twee kilometer is pas in 1977 ontdekt.



