Abstract betekent: losgemaakt van wat we zien, het vermijden van de realiteit. Voor Picasso was abstracte kunst “het uitwissen van alle sporen van de werkelijkheid”. Abstractie is het tonen van het nooit eerder geziene en onherkenbare.
In de niet-Westerse kunst wil men bij rituele voorwerpen toch vaak een relatie met die werkelijkheid enigszins behouden. Volledige abstractie vinden we dan ook vooral in motieven en patronen van lichaamsbeschildering of op kleding. Aan de andere kant kunnen abstracte tekens als symbolen ook staan voor concrete dingen uit de werkelijkheid. Van de hier gepresenteerde niet-Westerse kunst kan men zeggen dat abstractie bewust of onbewust wordt nagestreefd. De kracht-beeldjes uit de Congo worden, mogelijk onbedoeld, abstracter door de verpakte magische onderdelen. Het grote Banja beeld wil, ondanks stilering en abstracties, de herkenbaarheid van de menselijke figuur in stand houden. De zittende figuur van de Ndengese uit de Congo en de jachtamulet van de Chokwe uit Angola gaan, in het loslaten van de werkelijkheid, een stapje verder.



