Was het Lange Voorhout in de dertiende eeuw nog een woest duingebied, met veel struiken en weinig bomen, in de veertiende eeuw kwamen er akkertjes, tuinen, weiden, huizen en ... afvalkuilen. Oude afvalkuilen en greppels zijn uitstekende informatiebronnen voor een archeoloog. Ze vormen een soort archief van het dagelijks leven. Breekt een beker of een schaal, dan belanden de scherven bij het afval. De opgravingen hebben grijs en rood aardewerk en steengoed opgeleverd.
De gevonden kruikjes staan bekend als Jacobakannetjes. Door vondsten in de grachten van het slot Teilingen, waar Jacoba van Beieren heeft gewoond, werden ze vroeger ten onrechte met haar in verband gebracht. De grote hoeveelheid kannen die aan het Lange Voorhout is teruggevonden, wijst op vermogende bewoners. En inderdaad behoorde het pand dat hier stond toe aan de Graaf van Holland en later aan de Graaf van Arkel.
De afvalkuilen bevatten ook etensresten. Schelpen van mosselen, oesters en wulken, botten van rund, varken, geit, schaap en veel kip. Dit laatste duidt op welstand. Pas in de zestiende eeuw werd kip betaalbaar voor de midden en lagere klassen in westelijk Nederland.



