IJstijd
Een ijstijd is een lange periode waarin het klimaat veel kouder is dan nu. Gletsjers zijn veel langer, rivieren zien er anders uit, de begroeiing van het land is anders, er leven andere dieren in een bepaald gebied en de zeespiegel staat veel lager.

Schedel van een steppenwisent
Ongeveer 20.000 jaar geleden is het klimaat in onze streken zo koud dat er alleen maar dieren kunnen leven die aan de koude zijn aangepast. Wolharige mammoeten, steppenwisenten en wolharige neushoorns hebben een dikke vacht met lange haren.
Ook andere dieren, zoals rendier, wolf, holenleeuw en reuzenhert hebben hier in de koude periodes geleefd.
Een warme tijd
In het begin van het Pleistoceen waren de ijstijden nog niet zo erg koud en de warme tijden zelfs warmer dan het klimaat nu is. Wij weten dit doordat er bij de plaats Tegelen in Noord Limburg overblijfselen zijn gevonden van planten en dieren die in een vochtig en warm klimaat thuishoren.

Onderkaak van een panter
Gedurende het Tiglien in het Vroeg Pleistoceen heerste er in onze omgeving een vochtig warm klimaat, waarin vooral loofbossen voorkwamen. De zoogdieren die hier leefden waren goed aan de hoge temperaturen aangepast. Er leefden onder meer neushoorns, herten, paarden, verschillende olifantachtigen, bevers, beren en hyena's. Er kwam zelfs een aapje voor. Al deze vroege soorten zijn uitgestorven, maar hun opvolgers komen nog steeds voor, al is het niet in Nederland.


