Op het supercontinent Pangea is het klimaat heel erg droog, omdat de zee haar invloed niet ver het land in kan doen gelden. De amfibieën zijn over hun hoogtepunt heen. De levensvorm die ooit als vis begon, gaat nu naar het zoogdier toe. Maar de weg van de evolutie is lang. Vin wordt poot, het ei ontworstelt zich aan het water. Reptielen die op zoogdieren lijken, komen op. Door de droogte nemen de boomvarens af. In hun plaats komen naaldbomen. Een bekend voorbeeld is de Ginkgo die nu nog steeds bestaat. Aan het eind van het Perm zien we plotseling grote veranderingen. Een enorme catastrofe zorgt ervoor dat 70% van alle soorten die op het land leven uitsterven. Op het supercontinent Pangea verschijnt een nieuwe groep landdieren, de reptielen. Deze dieren zijn niet afhankelijk van water voor hun voortplanting. Een harde beschermende schaal beschermt de dieren tegen uitdroging. Deze dieren kunnen in tegenstelling tot vroeger levende landdieren hun kop optillen en ze kunnen ook grotere afstanden afleggen dan amfibieën.





