Vissen zijn nog kaakloos en van buiten bepantserd. Ze lijken nauwelijks op de vissen van tegenwoordig. Ze zijn klein en niet groter dan haringen.
In de ondiepe kustwateren breidt het leven zich steeds meer uit. Zeeschorpioenen, zoals de Eurypterus komen veel voor en worden bijzonder groot. Ze zullen nog tot het einde van het Perm voortbestaan.



