De kenmerken die we gebruiken bij het determineren van mineralen zijn:
Kleur en streepkleur
De kleur kan per mineraal variƫren, maar de streepkleur niet. De streepkleur kan ook erg afwijken van de kleur van het mineraal zelf.
Glans
Er zijn veel verschillende soorten glans, bijvoorbeeld metaalglans en zijdeglans.
Dichtheid
Om de dichtheid te meten moet een mineraal tweemaal gewogen worden. Een maal droog en een maal hangend in water. De verhouding tussen beide metingen geeft aan wat de dichtheid is.
De splijting van een mineraal
Ieder mineraal heeft een karakteristieke manier van splijten. Als je de hoeken zou meten tussen mineraalvlakken en splijtingsvlakken is het mineraal makkelijker te determineren.
Hardheid
Door middel van de hardheidsreeks van Mohs is vast te stellen wat de relatieve hardheid is van een mineraal ten opzichte van andere mineralen. Gewoon door te proberen welk mineraal krast in welk andere mineraal.
Kristalvorm en kristalstructuur
Ieder mineraal heeft zijn eigen vorm. Die wordt bepaald door de opbouw van de kleinste deeltjes van een mineraal in het kristalrooster. Vorm en kristalstuctuur zijn belangrijke kenmerken voor zeer nauwkeurige determinatie.




