Voor het Siluur is het land leeg en rotsachtig, met kale zand-, grind- en kleivlakten. Tijdens het Siluur liggen er op natte plaatsen langs de zeeën en rivieren en meren algenmatten waar dieren die op spinnen lijken kruipen.

Cooksonia, een van de oudste landplanten
Tegen het eind van het Siluur verschijnen de landplanten. Het zijn de eerste planten die zich hebben aangepast aan het leven op het land. Zij moeten zich beschermen tegen uitdroging. En om toch water in alle delen van de plant te krijgen, zijn ze in het bezit van vaten. Verder moeten ze voldoende stevigheid hebben om niet om te vallen. Ze hebben speciale voortplantingsorganen met sporen waarmee ze zich kunnen verspreiden buiten het water. Zij lijken veel op hun voorouders, de algen, die overheersen in het water.

Ainiktozoon loganense
Vindplaats: Lesmahagow, Schotland
Dit fossiel kon aanvankelijk niet bij een bekende groep ondergebracht worden. Meer vondsten met meer details maakten duidelijk dat het een geleedpotig dier is.

Zeeschorpioen (nr. 75267)
Eurypterus remipes. Vindplaats: de staat New York, Verenigde Staten


Plantenresten. Vindplaats: Schotland
Kaakloze pantservissen
In de zeeën zwemmen kaakloze pantservissen die zich tegen rovers beschermen met harde platen aan de buitenkant van de kop. Terwijl de planten het land veroveren, maken de vissen de overgang van zout naar zoetwater door.
Anaspida
De Anaspida zijn kaakloze vissen. Ze hebben geen massief kopschild. Hun kop is bedekt met talloze kleine schubben en enkele beenplaten. Achter hun kop zit een rij kieuwopeningen aan weerszijden. Hierdoor lijken ze op prikken. Langs hun onderbuik lopen twee vinnen. Met hun kop doorploegen ze de bodem op zoek naar voedsel. Het is moeilijk vast te stellen aan welke groep vissen ze verwant zijn, omdat er niets bekend is over hun inwendige bouw.

Birkenia elegans
Dit visje van ongeveer 7 cm lang met een ouderdom van meer dan 420 miljoen jaar is het oudste gewervelde dier in de Museoncollectie. Het is een zeldzaam fossiel en toont een vis zonder kaken. Het is verwant aan de prikken, kaakloze vissen die nu nog bestaan.

Lasanius problematicus. Ouderdom: Boven-Siluur. Vindplaats: Schotland
Thelodonti
Sommige van deze kaakloze vissen zien er met hun platte lichaam en kop uit als een schol. Aan de onderzijde hebben ze een kleine mond en zes tot acht paar kieuwopeningen. Andere met kieuwopeningen onder een zijvin zijn zijdelings afgeplat en bezaaid met stekelachtige schubben. Weer andere hebben een grote diepgevorkte staart.

Loganellia scotica. Vindplaats: Schotland

Loganellia taiti. Vindplaats: Schotland



